a. Jozef en Benjamin
b. Kaïn, Abel en Seth
c. Jacob en Ezau
d. Ismaël en Isaak.
(Antwoord in Genesis 4: 1-2 en 5: 3)
a. Cultuurverschillen na terugkeer te groot
b. Ze weigerden de taal te leren
c. Ze brachten hun afgoden mee
d. Er waren teveel vrouwen (veel mannen waren gesneuveld).
(Antwoord in 1 Koningen 11:1)